Home Inloggen | Registreren
Uitvoering toekomststrategie Essent

Vergadering Provinciale Staten 24 april 2009

Uitvoering toekomststrategie Essent 

Na jarenlange voorbereiding en vele besprekingen in het CDA, werd op vrijdag 24 april door Provinciale Staten gesproken over samengaan van Essent met RWE. Provinciale Staten hebben hun wensen en bedenkingen over de overeenkomst tussen Essent en RWE geuit. Gedeputeerde Staten nemen binnenkort hierover een besluit. Een meerderheid van Provinciale Staten (28 leden voor, 26 tegen) vindt het wenselijk dat Gedeputeerde Staten niet overgaat tot vervreemding van de aandelen Essent. Het CDA stemde unaniem tegen de motie. Het CDA vond en vindt dat Essent op termijn niet zelfstandig kan blijven en dat er sprake is van een goede overeenkomst tussen Essent en RWE, zowel voor de Brabanders, de werknemers van Essent als de Provincie. Het CDA vindt dat:

  • het netwerkbedrijf (voormalige PNEM) in overheidshanden moet blijven;

  • de overheid niet moet deelnemen in risicovolle handelsbedrijven;

  • de geliberaliseerde Europese energiemarkt een speler van Europees formaat vraagt;

  • duurzame en zekere energieopwekking een speerpunt is;

  • er toezicht en sancties op de uitvoering van het contract moeten zijn.

Voorgeschiedenis

Vorig jaar in juni hebben Provinciale Staten de toekomststrategie Essent vastgesteld en daarmee Essent de opdracht gegeven om op zoek te gaan naar een partner. Begin dit jaar heeft Essent aangekondigd dat zij een partner had gevonden: namelijk RWE; een Duits bedrijf met die al zo’n 350.000 klanten heeft in Nederland. Onderdeel van de deal tussen Essent en RWE is dat de aandeelhouders voor minimaal 80% hun aandelen overdragen aan RWE. Brabant is met 30,8% van de aandelen de grootste aandeelhouder en is daarmee bepalend voor de verkoop.

Deze privatisering is voor het CDA geen vanzelfsprekendheid. Het CDA is vanuit haar Christen Democratisch gedachten goed immers geen partij van het liberalisme. Het CDA heeft lang de Splitsingswet (de wet die verplicht dat Essent opgedeeld wordt in een netwerkbedrijf en een commercieel energiebedrijf) tegengehouden. Ook heeft het CDA zich tot het uiterste ingespannen om een landelijke fusie tussen Essent en Nuon voor elkaar te krijgen. Daarnaast is het een complex dossier, een dossier dat veel kennis vereist en een dossier dat leeft in onze partij en waarmee geworsteld wordt. Het is ook een dossier dat al langere tijd de aandacht heeft. Al in 2004 schreef het wetenschappelijk instituut voor het CDA het rapport “Energiekeuze(s) belicht”. In het rapport wordt aangegeven dat de aandelen van een energieconcern dat zich met vrijemarktactiviteiten bezig houdt (na splitsing) verkocht kunnen worden.

In het energiedebat hebben bij het CDA altijd de belangen van de burger centraal gestaan. Voor het CDA betekent dit dat er:
1) sprake moet zijn van een reële prijs voor energie
2) betrouwbare levering van energie en
3) waar mogelijk sprake is van duurzame productie.
Deze belangen voor Brabanders zijn door middel van wet en regelgeving veilig gesteld.

Door de liberalisering van de energiemarkt moet ons energiebedrijf Essent op dit moment concurreren op een vrije (West)Europese markt met energiereuzen uit Duitsland en Frankrijk die een factor 8 tot 9 groter zijn.

Door de Splitsingswet van het Rijk, waarmee Nederland vooruitloopt in de Europese Unie, wordt ons energiebedrijf Essent in twee minder krachtige bedrijven gesplitst. Daarmee ondervindt ons energiebedrijf extra concurrentienadeel ten opzichte van andere Europese (niet Nederlandse) energiebedrijven.

Essent is relatief klein en op basis van het bovenstaande is de verwachting dat Essent op termijn haar positie verliest. Zelfstandige voortzetting betekent daarmee dat een fors aantal werknemers van ons bedrijf op straat komen te staan en dat de waarde van het bedrijf - dat door onze voorouders is opgebouwd – verdampt. Daarom vond en vindt het CDA dat Essent moet samengaan met een partner. Daardoor krijgt Essent een sterkere onderhandelingspositie en kan ze goedkoper grondstoffen als gas inkopen. Het ligt voor de hand dat consumenten daarvan gaan profiteren.

De oude Provinciale Noord Brabantse Electriciteits Maatschappij (PNEM), die in alle uithoeken van Brabant kabels heeft getrokken, blijft in overheidshanden. Het andere bedrijf, dat energie produceert, levert en daarin handel bedrijft, is een commercieel bedrijf. In Brabant zijn zo’n 40 energiebedrijven actief, waarvan de meeste in private handen zijn. De activiteiten van het commerciële bedrijf gaan gepaard met de nodige risico’s en de Provincie heeft er geen of nauwelijks invloed op. Daarom vond en vindt het CDA dat onze aandelen van het commerciële energiebedrijf vervreemd moeten worden.

Hoofdpunten CDA

Zelfstandig voortbestaan Essent. Voor het CDA is duidelijk dat Essent op termijn te klein is om zelfstandig te blijven. Een partij zoals de SP wil geen schaalvergroting en accepteert daarvoor een waardevermindering van ons energiebedrijf Essent en lagere dividendinkomsten. Het CDA wil geen aandeelhouder zijn van een commercieel energiebedrijf dat handelt in energie en dat met belastinggeld risicovolle posities inneemt.

Publiek bezit energiebedrijven Het CDA vindt publiek bezit van energiebedrijven niet nodig is omdat publieke belangen in de wet geregeld kunnen worden. Privatisering van levering en productie van energie is al jaren mogelijk en er zijn op de Nederlandse markt al private producenten en leveranciers actief (zoals E-on, Oxxio en Electrabel). Van de productie is zelfs 50% in handen van buitenlandse, private spelers. Een aantal partijen zoals de SP vinden dat energiebedrijven van de overheid zijn en moeten blijven. Opvallend in het debat was dat ook de liberalen van de VVD vinden dat de overheid energie moet produceren en leveren. Of de overheid ook voor productie en levering van een eerste levensbehoefte als voedsel moet zorgen wist de VVD geen antwoord.

Splitsingswet Het CDA heeft in haar wensen en bedenkingen aangegeven dat Gedeputeerde Staten moeten wachten totdat de minister een besluit heeft genomen over het splitsingsplan van Essent. Het splitsingsplan is voor het CDA belangrijk omdat daarmee invulling wordt gegeven aan het netwerkbedrijf dat in overheidshanden blijft. Het CDA vindt dat Provinciale Staten meer zeggenschap moeten krijgen in het netwerkbedrijf en dat het bedrijf met voldoende eigen vermogen moet achter blijven. Ook moet het mogelijk gemaakt worden om het netwerkbedrijf met andere netwerkbedrijven samen te voegen zodat de inefficiënte lappendeken aan netten verdwijnt. Het CDA wil actief over de uitwerking van het splitsingsplan en het besluit van de minister geïnformeerd worden. De minister heeft het splitsingsplan van energiebedrijf Nuon al goedgekeurd.

Contract duurzaamheid Het CDA vindt dat met RWE onvoldoende juridisch harde afspraken zijn gemaakt over duurzaamheid. Het CDA hecht op basis van ons grondbeginsel rentmeesterschap veel waarde aan duurzame energieopwekking. Het CDA heeft veel vertrouwen in Europese regelgeving op grond waarvan Europese energiebedrijven verplicht worden om fors te investeren in duurzame energieopwekking. Daarnaast ziet het CDA een rol voor de overheid, vooral waar het gaat om samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid en het wegnemen van belemmeringen. Het CDA vindt dat door middel van een fonds (revolving fund) financiële middelen beschikbaar gesteld kunnen worden om de transitie naar duurzame energieopwekking te stimuleren.

Kerncentrale Borssele (EPZ) Voor het CDA staat veiligheid voorop. De aandelen EPZ zijn in handen van energiebedrijven Essent en Delta. De veiligheid van de kerncentrale is wettelijk geregeld op basis van de Kernenergiewet en een individuele vergunning. Wie de kerncentrale ook exploiteert, aan de eisen moet altijd voldaan worden. Het maakt niet uit of dat een privaat of een publiek bedrijf is. Vrijwel alle kerncentrales op de wereld zijn in handen van private bedrijven. Het CDA heeft in zijn wensen en bedenkingen aangegeven dat het van belang is dat Gedeputeerde Staten voorafgaand aan verkoop duidelijkheid hebben over de kerncentrale en de positie van Delta.

Commissie borging afspraken Het CDA vindt als enige partij dat er een commissie in het leven moet worden geroepen die er op toeziet dat alle afspraken uit het contract worden nageleefd. Daarbij gaat het ondermeer over het naleven van afspraken over duurzaamheid en werkgelegenheid (garantie voor vijf jaar). Als de afspraken niet nagekomen worden moeten er sancties worden opgelegd.

Erik van den Oord

Contactgegevens:

CDA Statenfractie
Provinciehuis kamer B030
Postbus 90151
5200 MC ’s-Hertogenbosch
Tel. 073-681 21 74 (maandag-, dinsdag- en donderdagochtend)
E-mailadres: CDA@brabant.nl 



Terug Stuur dit door | Alle pagina's in map afdrukken | Afdrukken | Opslaan als PDF | Top